Tijdens de communie op de Eerste zondag van de Veertigdagentijd klinkt uit het Graduale Simplex de antifoon Intellege clamorem meum, Domine: Heer, sla acht op mijn smartelijk zuchten.

<!–
WriteFlash('’);
//–>

In de psalm die erbij gezongen wordt, psalm 5, gedenken we de goedheid van God. De Veertigdagentijd is de tijd bij uitstek om ons Gods goedheid in herinering te brengen: “Nu is er die gunstige tijd, vandaag is het de dag van het heil. In alle omstandigheden proberen wij ons te gedragen als als dienaars van God.” (2 Kor. 6, 2.4) Dat is de grondgedachte van de Veertigdagentijd: de noodzaak om boete te doen en te werken aan het heil. Ons verlangen om, door het doen van boete en goede werken, meer en meer op Christus te gelijken, is een uiting van liefde. In liefde stijgt onze roep op tot God, en Hij zal ons verhoren. Zij die zich verlaten op God en hopen op Hem, zullen zijn bescherming genieten.

Hier is dezelfde antifoon in het Nederlands uit het Klein Graduale: